Argentinië leeft en ademt voetbal. In een gebaar dat lijkt op een cultureel decreet, heeft het land zich gepositioneerd als absolute baas van het spel, zich voedend met de bal en zijn beste geesten vormend rond die passie.
Om ervoor te zorgen dat het hart de intense emoties die de bal oproept kon weerstaan, bracht Argentinië René Favaloro naar de wereld. De bekende hartchirurg vertegenwoordigt het vermogen van het land om de diepste passies van de sport aan te kunnen.
Vervolgens kwamen de grote kroniekschrijvers van het Argentijnse voetbal: Roberto Fontanarrosa, Eduardo Sacheri, Osvaldo Soriano en Jorge Luis Borges. De laatste werd juist op aarde geplaatst om het voetbalverschijnsel vanuit zijn unieke perspectief in twijfel te trekken en te bekritiseren.
Veel eerder had Carlos Gardel het onderwerp al verkend met een voetbaltango, waarbij hij de populaire muziek fuseerde met de sport die de natie definieert.
Om deze culturele schepping te voltooien, bracht Argentinië twee van de grootste exponenten van het wereldvoetbal voort: Diego Maradona en Lionel Messi. Beiden belichamen de excellentie en de emotie die het land met de bal associeert.