De acteur Antonio Banderas was de eerste die het woord nam voor de paus Leo XIV tijdens de tweede dag van diens bezoek aan Madrid. De ontmoeting vond plaats in de Movistar Arena, waar de Malagaan het woord nam tijdens de middagbijeenkomst en begon met herinneringen aan zijn kinderjaren tijdens de processies van de Semana Santa.
In zijn toespraak benadrukte de acteur dat de aanwezigheid van de paus in de Spaanse hoofdstad een gebaar van nabijheid en dialoog met de burgermaatschappij betekende. Hij wees erop dat kunst historisch gezien heeft gefunctioneerd als gemeenschappelijke taal tussen de katholieke kerk en de mens, met Jezus Christus als de meest afgebeelde figuur door de eeuwen heen.
Banderas verbond dit idee met zijn eigen persoonlijke achtergrond. Hij herinnerde aan de straten van Málaga in de jaren zestig, vol geloof, muziek en emotie, waar als kind de vraag naar het bestaan van God bij hem opkwam. Hij noemde de blik van zijn moeder naar de Virgen de la Esperanza en de kracht van de saeta’s als momenten die zijn artistieke gevoeligheid hebben gevormd.
De filmregisseur benadrukte dat kunst niet beperkt blijft tot schoonheid, maar dient om vragen te stellen, onrecht aan de kaak te stellen en hoop te bieden. Hij vergeleek het werk van de kunstenaar met dat van Christus door een kritisch bewustzijn te behouden tegenover de samenleving, de religie en zichzelf.
Hij wees erop dat alle mensen de grote existentiële vragen delen over de zin van het lijden, de liefde voor de naaste en wat er na dit leven komt. In een versnelde wereld helpt kunst om diepgang en menselijkheid terug te winnen tegenover de opmars van technologie en kunstmatige intelligentie.
De acteur sloot zijn interventie af met een verwijzing naar de woorden van Augustinus over de noodzaak om als mensen beter te worden zodat de tijden beter worden. Hij noemde zijn deelname aan de musical Godspell, waarvan de titel ‘De betovering van God’ betekent, en erkende dat ook hij door die betovering is geraakt.
Heilige Vader, autoriteiten, vrienden en vriendinnen: er zijn ontmoetingen die niet worden gemeten aan de tijd die ze duren, maar aan wat ze betekenen, en uw aanwezigheid vandaag in Madrid is niet alleen een bezoek, maar een gebaar van nabijheid, luisteren en dialoog met de burgermaatschappij. Die dialoog vindt vaak in de kunst een gemeenschappelijke taal, een historische brug tussen de kerk en de mens. De relatie tussen de katholieke kerk en de kunst is niet alleen vruchtbaar geweest, maar beslissend voor de culturele geschiedenis van de mensheid, met in Jezus Christus de figuur die door de eeuwen heen het meest is afgebeeld, een permanent symbool van liefde, vrede, offer en mysterie. En het is juist vanuit mijn eigen persoonlijke ervaring dat ik een reflectie wil delen: ik moet teruggaan naar de Semana Santa van mijn Málaga uit de jaren zestig, naar die straten vol geloof, muziek, schoonheid en emotie waar, als klein kind, een eenvoudige maar immense vraag in mij werd geboren: “God?”. Langzaam vond ik antwoorden in de ontroerde blik van mijn moeder voor de Virgen de la Esperanza, in de rauwe stem van de saeta’s, in de nederige devotie van degenen die beelden droegen terwijl ze ook zichzelf zochten. Want kunst is niet alleen schoonheid: het is vraag, reflectie, aanklacht, bewustzijn en ook hoop. Kunst moet dienen om de menselijke ziel recht in de ogen te kijken, om onrecht aan te wijzen en om een alternatief te bieden tegen elke vorm van geweld. Net als Christus moet de kunstenaar altijd de moed behouden om een kritisch bewustzijn te zijn tegenover de samenleving, tegenover de religie en tegenover zichzelf. Alle mensen delen de grote vragen van het bestaan — wie we zijn, wat de zin van het lijden is, wat het betekent om de naaste werkelijk lief te hebben of wat er voorbij onszelf bestaat — en in die zoektocht naderen we onvermijdelijk het transcendente. In een versnelde en gefragmenteerde wereld helpt kunst ons om diepgang en menselijkheid terug te winnen tegenover het risico dat technologie en kunstmatige intelligentie verdringen wat ons werkelijk mens maakt. We moeten blijven creëren, vragen stellen en zoeken, niet alleen naar schoonheid, maar ook naar waarheid, omdat elke diepe vraag een weg opent naar het spirituele, naar die broederschap die zowel in het menselijk hart als in het mysterieuze hart van God klopt. Zoals Augustinus zei: “Wees zelf beter en de tijden zullen beter worden. Jullie zijn de tijd”. En vandaag ben ik hier juist vanwege “Godspell”, waarvan de betekenis “De betovering van God” is, en beken ik nederig dat ook ik het slachtoffer ben geweest van die betovering. Hartelijk dank.