Premier Andy Burnham schetste tijdens zijn toespraak op de jaarlijkse conferentie van de Labour Party in Liverpool een ambitieus toekomstbeeld voor Groot-Brittannië, met een duidelijke koerswijziging naar meer publieke zeggenschap over essentiële diensten.
De rede markeerde een breuk met de lichtere beleidsaankondigingen uit zijn eerste weken in functie. Burnham presenteerde de toespraak als het begin van een inhoudelijker agenda gericht op hardnekkige nationale vraagstukken.
Centraal in de aankondiging stond de toezegging om het verbod op publieke eigendom van waterbedrijven uit de jaren tachtig te schrappen. Burnham noemde de maatregel een ideologische beperking die voormalig premier Margaret Thatcher had ingevoerd en beloofde wetgeving in te dienen om het verbod ongedaan te maken.
Regionale burgemeesters krijgen meer bevoegdheden om waterbedrijven te controleren. Verder worden mazen in de wet gedicht die hoge bonussen voor bestuurders mogelijk maken en komen er strengere sancties voor bedrijven die structureel ondermaats presteren.
Energie, water en huisvesting weer onder sterkere publieke controle. We zijn ervan afhankelijk, we betalen ervoor en we krijgen er weer zeggenschap over.
Burnham benadrukte dat de voortgang binnen het fiscale kader van de regering moet blijven. Hij erkende de noodzaak om de schuld en het tekort terug te dringen, in lijn met recente uitspraken van minister van Financiën John Healey.
De premier gaf aan dat hij snellere stappen zou prefereren, maar dat alle veranderingen binnen de financiële draagkracht van het land moeten passen.
Naast de nutssector kondigde Burnham aanstaande hervormingen in de sociale zorg aan. Senior ministers bereiden alvast de weg voor lastige fiscale beslissingen, waaronder mogelijke bezuinigingen op uitkeringen.
De boodschap was dat de conferentie het moment markeert waarop Labour de problemen aanpakt die vorige regeringen onopgelost lieten.